Als maker, hobby-ingenieur of kleine machinebouwer is de kans groot dat je standaard naar een Arduino grijpt. Dat is logisch. Arduino is goedkoop, flexibel, goed gedocumenteerd en perfect om snel iets werkends te bouwen. Voor veel projecten is het simpelweg de juiste keuze.
Maar er komt een moment waarop een Arduino niet meer helemaal lekker voelt. Dat moment komt vaak niet door de software, maar door de hardware eromheen. Je gaat werken met 12 of 24 volt, met relais, solenoids of motoren. Je project verdwijnt van het bureau en belandt in een kast of een machine. En ineens voelt die losse Arduino met modules en draadjes minder logisch.
Dat is precies het punt waarop de Controllino interessant wordt.
In deze blogpost kijk ik bewust vanuit het perspectief van de Arduino-gebruiker. Wanneer blijf je bij Arduino, en wanneer is een Controllino een betere keuze?
Waarom Arduino in veel gevallen nog steeds de juiste keuze is
Laten we beginnen met waar Arduino sterk in is. Een Arduino is ideaal als je snel wilt experimenteren, met 5V-logica werkt, sensoren en displays aansluit en een compact embedded project wilt bouwen. Voor prototypes, educatie en kleine toepassingen is Arduino moeilijk te verslaan. De community is enorm en voor vrijwel elk probleem bestaat wel een voorbeeld.
Als je project klein, licht en experimenteel is, is er weinig reden om verder te kijken dan Arduino.
De beperkingen van Arduino worden pas zichtbaar wanneer de randvoorwaarden veranderen.
Wanneer begint Arduino onhandig te worden?
Veel makers herkennen dit moment. Je project groeit en je merkt dat je steeds meer extra hardware nodig hebt om het werkend te houden. Je gebruikt meerdere relaismodules, aparte voedingen en extra printjes. Je werkt met 12 of 24 volt en moet nadenken over pull-ups, level shifting en ruisgevoelige inputs. De bekabeling wordt rommelig en je vraagt je af of je dit zo betrouwbaar zou durven laten draaien in een machine.
Op dat punt los je Arduino’s tekortkomingen vaak op met extra modules en creatieve oplossingen. Dat werkt, maar het maakt het systeem complexer en foutgevoeliger. Precies in dat middengebied komt de Controllino in beeld.
Wat is een Controllino, bekeken door een Arduino-bril?
Een Controllino is in de basis nog steeds een Arduino. Je programmeert hem in de Arduino IDE, met dezelfde programmeertaal en dezelfde manier van werken. Er is geen nieuwe softwareomgeving en geen verplicht PLC-denken.
Het grote verschil zit in de hardware. In plaats van een losse microcontroller krijg je een industriële controller in een DIN-rail behuizing, met schroefklemmen en vaste aansluitingen. Je beschikt over 12/24V digitale inputs, 12/24V outputs, ingebouwde relais en status-LED’s op alle in- en uitgangen.
De software voelt als Arduino, maar de hardware voelt als een PLC.
24V inputs zonder pull-ups of kunstgrepen
Een van de meest praktische verschillen met een standaard Arduino zit in de digitale inputs. Arduino-inputs zijn hoogohmig en vereisen vaak pull-ups of pull-downs om betrouwbaar te werken. Bij langere kabels of industriële omgevingen kan dat gevoelig zijn voor ruis.
De inputs van een Controllino zijn ontworpen voor 12 of 24 volt. Je sluit een knop of sensor rechtstreeks aan en spanning erop betekent simpelweg “aan”. Er zijn geen extra weerstanden of trucjes nodig. Voor iedereen die met industriële knoppen of sensoren heeft gewerkt, voelt dit direct logisch en vertrouwd.
Ingebouwde relais en outputs
Hetzelfde geldt voor het schakelen van loads. Waar je bij een Arduino vaak losse relaismodules of transistortrappen nodig hebt, zitten de relais bij een Controllino al in het systeem. Ze zijn galvanisch gescheiden en bedoeld om direct 24V loads te schakelen, zoals solenoids, ventielen of externe relais.
In de bijbehorende video laat ik dit zien met een eenvoudige demo: een knop die via een relais een 24V solenoid schakelt. Het is geen spectaculair project, maar het laat precies zien waarvoor dit soort hardware bedoeld is.
Status-LED’s: klein detail, groot verschil
Een onderschat voordeel van industriële controllers is de zichtbaarheid van wat er gebeurt. Elke input en output op de Controllino heeft een eigen LED. Je ziet letterlijk wanneer een ingang actief is en wanneer een relais schakelt.
Dat klinkt triviaal, maar in de praktijk geeft het enorm veel rust. Je hoeft niet te debuggen met serial prints of te gokken wat de software doet. Je ziet het direct in de hardware.
Maar het blijft ook gewoon Arduino
Wat de Controllino onderscheidt van een klassieke PLC, is dat het niet stopt bij industriële I/O. Aan de bovenkant van de controller zitten de gewone Arduino-headers. Je hebt toegang tot digitale pinnen, analoge inputs en communicatie-interfaces zoals I2C en SPI.
Dat betekent dat je zonder moeite een display, encoder of extra sensor kunt toevoegen, net zoals je dat bij een normale Arduino zou doen. Deze combinatie van industriële aansluitingen en Arduino-vrijheid zie je bij PLC’s vrijwel nooit, en dat maakt de Controllino juist zo interessant voor makers.
Eigen gebruik: waarom ik deze stap heb gemaakt
Ik heb dit type controller zelf gebruikt in projecten zoals mijn ball dropper en coin flipper machines. Dat waren geen industriële installaties, maar ook geen simpele hobbyprojecten meer. Zodra er beweging, kracht en 24V in het spel komen, wil je meer overzicht en voorspelbaarheid.
In die situatie wil je niet alles zelf blijven oplossen met losse modules, maar ook niet meteen overstappen op zware PLC-software. De Controllino voelde daar als een logische middenweg.
Nadelen: wanneer kies je beter geen Controllino?
Een Controllino is niet altijd de juiste keuze. Hij is groter dan een Arduino en duurder, al valt dat verschil in de praktijk vaak mee als je relaismodules en extra hardware meerekent. Voor kleine, compacte projecten of simpele experimenten is een Arduino vaak nog steeds beter geschikt.
Als je alleen met 5V werkt, weinig aansluitingen nodig hebt en alles in een kleine behuizing moet passen, is een Arduino Nano of vergelijkbaar board vaak een logischere keuze.
En hoe verhoudt dit zich tot een PLC?
PLC’s zijn ontworpen voor situaties waarin betrouwbaarheid, certificering en veiligheid centraal staan. In zware industriële installaties zijn ze vaak de enige juiste keuze.
Voor veel makers en kleine machinebouwers zijn PLC’s echter duur, gesloten en minder flexibel. De Controllino probeert PLC’s niet te vervangen, maar biedt Arduino-gebruikers een volgende stap richting industriële hardware, zonder de drempel van klassieke PLC-software.
Wanneer kies je welke?
Samengevat komt het hierop neer. Kies een Arduino als je project klein, licht en experimenteel is. Kies een Controllino als je normaal een Arduino zou pakken, maar werkt met 12 of 24 volt, relais en echte hardware. Kies een PLC als veiligheid en certificering leidend zijn.
De Controllino zit precies in dat middengebied en is alleen daar echt logisch.
Conclusie
De Controllino is geen betere Arduino en ook geen goedkope PLC. Het is een bewuste keuze voor projecten waarbij een Arduino net te licht wordt, maar een PLC nog te zwaar aanvoelt. Je behoudt de vrijheid en toegankelijkheid van Arduino, maar krijgt hardware die beter past bij machines en testopstellingen die betrouwbaar moeten draaien.
Het is geen spectaculaire oplossing, maar wel een praktische. En juist daarom werkt het zo goed.
In de bijbehorende video laat ik dit zien met een eenvoudige demo op de werkbank.

